De Droom (2)

Ik zat aan tafel met Trump in een restaurant. Een Texaans restaurant. Niemand keek ervan op. Ik ook niet. We wilden wat eten en ik vroeg wat ik het beste kon bestellen. Hij zei: “frites! Ze hebben hier heel erg lekkere frites, de lekkerste in de hele wereld. En een steak natuurlijk, die is hier niet alleen erg goed, de beste die je kan krijgen, maar vooral ook heel groot, groter heb je ze nergens.”

Het deed me denken aan een kort filmpje dat ik op Twitter had gezien. Aan Trump werd iets gevraagd over bescheidenheid en hij zei toen dat hij heel bescheiden was, de meest bescheiden president ooit.

Bij de bestelling wilden we ook wat drinken natuurlijk Ik zei: “doe mij maar een biertje”. “Dat neem ik dan ook” zei hij. Het eten werd snel gebracht, maar het biertje kwam maar niet. Ik begreep dat niet zo goed. Je zou denken dat de president van Amerika snel wordt geholpen als hij wat wil, maar dat bleek niet zo te zijn. Ergens vond ik dat wel cool. Maar we hadden dorst. Ik zag dat buiten op het terras een bar was, zo’n tijdelijk rond ding op wielen, wat je ook wel bij grote evenementen ziet, waar ze bier in plastic glazen schenken. Ik zei: “ik ga wel even daar wat halen.” “Ik ga met je mee”, zei Trump.

Aangekomen bij de bar duurde het daar ook lang voordat er beweging kwam. We hadden nog niet kunnen bestellen toen er binnen rumoer ontstond. Ik snelde naar binnen met de gedachte dat iemand in nood misschien hulp nodig had. Ik sprong over enkele treden, Trump kwam op afstand wandelend achter me aan, en trof een man zittend op de grond. Hij was boos en schreeuwde: “welke idioot heeft die tape op de muur geplakt? Zo is mijn werk voor niets!” Ongelooflijk, wat was de man, een stukadoor, kwaad. De zin van zijn bestaan was weg nu zijn werk beschadigd was door de tape die zijn pas aangebrachte gladde muur los trok. Nu de man geen eerste hulp nodig had en ik me bovendien realiseerde dat ik niet zou weten wat ik zou moeten doen bij een noodzakelijke reanimatie, ging ik verder naar onze tafel. Ik zag uit mijn ooghoeken dat onze biertjes gearriveerd waren.

Ik was benieuwd naar de manier waarop Trump met de rekening zou omgaan. Hij is een gefortuneerd man en ik ben weliswaar niet arm, maar in verhouding met hem ben ik dat wel. Alles is relatief.

“Zullen we de rekening delen?” vroeg Trump. Dat viel me eerlijk gezegd mee. “Nee”, antwoordde ik, “ik betaal wel.”

Geef een reactie